In mijn vorige blog eindigde ik met de uitspraak dat de huidige dominante aanpak van risicobeheersing, vaak gebaseerd op het oude Three Lines of Defense model, de maatschappelijke waardecreatie belemmert. En dat een set van aannames die (grotendeels) voortkomen uit het Verlichtingsdenken die huidige aanpak stuurt. Dat gaf ik weer in deze figuur:

Aannames in dominant aanpak risicobeheersing
De dominante aanpak van risicobeheersingssystemen is gebaseerd op een aantal[1] aannames, waarvan de basis terug te voeren is op het Verlichtingsdenken (zie het werk van collega’s Willem Trommel (o.a. zijn oratie Gulzig bestuur) en Robert van Putten (o.a. zijn proefschrift De ban van beheersing). Deze aannames zijn:
- Het doel is om alle risico’s van tevoren in kaart te brengen en met een systeem van regels en procedures problemen te voorkomen (aanname van perfectionisme).
- Als we genoeg kennis hebben en data verzamelen dan kunnen we een perfect werkend systeem bouwen (aanname van maakbaarheid).
- Het systeem moet bestaan uit algemene, objectieve regels (aanname van objectiviteit). We moeten iedereen gelijk behandelen (aanname van gelijkheid).
- Het systeem moet rationeel zijn, want dat is professioneel (aanname van rationaliteit).
Deze set van aannames leidt tot een aanpak die qua dynamiek is gestoeld op de volgende aannames:
- Als er toch een incident optreedt waar er iets gebeurt dat niet de bedoeling is, dan is de reflex om óf de bestaande regels strenger te gaan handhaven óf nieuwe regels in te voeren, met als doel dat het incident niet nog een keer kan optreden (aanname van incident-regel-reflex).
- Dit alles komt voort uit een aanname van “pech moet weg”. Als samenleving accepteren we geen risico (pech) meer. Als er iets gebeurt waardoor wij schade leiden, dan verwachten wij van de overheid dat die ons schadeloos stelt. En we verwachten van organisaties dat zij perfect werken; zo niet dan stellen we ze aansprakelijk voor de schade die wij geleden hebben (aanname van “pech moet weg”).
- Dat wij de regels steeds verder verfijnen en strenger handhaven komt voort uit een overtuiging dat een perfect beheersingssysteem mogelijk is (aanname van illusion of control).
- Omdat wij geloven dat vertrouwen niks doen, loslaten, op je handen zitten is, kan vertrouwen geen rol spelen in deze dynamiek (aanname van vertrouwen is niks doen). Want voor de maatschappelijke waardecreatie die (semi)publieke organisaties verzorgen is publiek geld nodig, en daar moet altijd publieke verantwoording over afgelegd worden (en daar zijn regels voor opgesteld).
[1] In deze blog pretendeer ik niet dat ik alle relevante aannames heb geïdentificeerd, maar deze acht vormen al een venijnige dynamiek richting wantrouwen, demotivatie en slechtere waardecreatie.

Effect op primaire proces met frontlijnprofessionals en op maatschappelijke waardecreatie
Om de voorspelbaarheid van het systeem te verhogen, is de neiging van de mensen die het systeemontwerpen – meestal mensen in de tweede lijn – om de menselijke factor te minimaliseren, want mensen zijn onvoorspelbaar. Het effect is dat de mensen in de uitvoering – in het primaire proces – deze regels ervaren als institutioneel wantrouwen. En dat zij ervaren dat hun autonomie, eigenaarschap en professionele ruimte worden beperkt. Ook ervaren zij een hoge administratieve lastendruk door de datahonger van het systeem en de grote hoeveelheid regels waar zij niet alleen aan moeten voldoen maar vaak ook moeten laten zien dát zij er aan voldoen.
Deze effecten leiden op hun beurt tot minder ruimte voor maatwerk voor de burger, dus meer burgers krijgen niet wat hen echt verder helpt en soms leiden zij zelfs schade (bijvoorbeeld de Toeslagenaffaire). Ook leidt dit tot gedemotiveerde professionals, omdat zij niet kunnen werken volgens hun professionele waarden en beroepstrots, zij worden belemmerd in hun intrinsieke motivatie. En dit samen leidt tot lagere maatschappelijke waardecreatie.
In de onderstaande figuur is dit weergegeven.

We lijken dus veel inspanning en middelen te steken in een systeem dat tot lagere waardecreatie leidt. Dat lijkt niet slim. Hoe kan het anders? Mijn voorstel: Door in ieder geval de acht geïdentificeerde aannames opnieuw tegen het licht te houden en na te gaan of ze ons nog helpen of juist hinderen in het creëren van de hoognodige maatschappelijke waardecreatie. En wat zinvolle nieuwe aannames kunnen zijn. Daarover gaat het volgende blog.
[Deze blog heb ik op 5 december op LinkedIn gepubliceerd. Nu pas op deze website (ivm overstap naar andere host]